Archive for the ‘On the road’ Category

Van Gogh & Deelder

donderdag, juli 22nd, 2010
Van Gogh & Deelder

Medellin, 22 juli 2010

Het is droog als ik op de motor naar het hostal van Ken en Carol rij. Diana achterop. Via een motorrijder die ik in Buenos Aires heb ontmoet, hebben ze mij benadert. Een geweldig stel. Huis en haard in Australië verkocht en met hun BMW GS 800 uit 1982 met hun tweede wereldreis bezig. De BMW heeft meer als 700.000 km op de teller staan. De avond daarvoor heb ik met hen kennis gemaakt. Z ij doen die dag onderhoud. We hebben afgesproken om samen naar ‘Pueblito Paisa’ te gaan. Een klein open lucht museum. De ligging maakt het dorpje echter uniek. Op een heuvel gelegen kun je vanaf het uitzichtspunt aan twee kanten de vallei volgen waarin Medellin ligt. De uitdeiende stad loopt vanuit de vallei beide bergkanten op. Met haar miljoenenlichtjes in de avond een indrukwekkend gezicht. Geeft ook een gevoel hoe groot de stad is.

Het is rustig in hun hostal. De andere gasten zijn weg. Ik parkeer de motor in de garage. Het onderhoud aan de BMW is niet klaar. We gaan met een taxi. Die dag heb ik voor het eerst in Colombia een nare politiecontrole achter de rug. Ik maak een u-bocht daar waar het niet mag. Ik weet het maar iedereen doet het. Geen excuus, het is een makkelijk punt om even te draaien. De agent wil uiteraard mijn papieren zien. Niet dat hij dat allemaal kan volgen. Ik heb bijvoorbeeld een document van vier pagina’s vol getikt alleen al voor de tijdelijke import van Betsy. Meestal heeft de politie genoeg aan mijn veelkleurig Colombiaans verzekeringsbewijs, verplicht ook voor buitenlanders en paspoort. Dit keer niet. De agent loopt weg met mijn papieren. Komt terug, zegt dat ik een bekeuring ga krijgen en loopt weer weg met de papieren. Hij laat me een kwartier wachten. Ik doe wat ik iedere Colombiaan zie doen. Praten in een mobieltje. Het lijkt wel alsof ik m´n advocaat bel. Hij legt uit dat ik fout zit en vraagt om een souvenir. Souvenir? ‘Ja, iets uit jouw land, wat is jullie valuta?’ Aha. Souvenir is misschien het codewoord voor wat smeergeld. ‘Nee, ik heb niets om weg te geven’. Ik trek opzichtig m´n portemonnee en daar wordt hij op zijn beurt zenuwachtig van. Hij geeft snel m’n papieren terug en weg is hij. Dit heb ik nog in mijn achterhoofd als ik de motor parkeer in het hostal. De originele papieren heb ik bij me. Soms alleen de kopietjes, maar nu de originele. Carol vraagt of ze onze spullen kan opbergen. Niet nodig lijkt me. Het hostal doet me enigszins denken aan het hostal in Lima waar mijn kamer werd leeg geroofd. Klein, relaxed, familiesfeer, eigenaar woont er naast.

De taxi brengt ons in mum van tijd naar het dorpje op de heuvel. Hij heeft geen wisselgeld, altijd vervelend, als je niet bijna gepast hebt kunnen ze al niet wisselen. Via, via wissel ik een biljet van 50.000 pesos (25 US dollar). Ben afgeleid door dit gebeuren. Stap uit. Loop weg en besef dat min rugzak nog in de taxi is. Helaas, de vogel is al gevlogen. Al mijn originele papieren, fotocamera en een trui. Hoe stom kan ik zijn? Alle originele papieren, paspoort, rijbewijs, kentekenpaieren, visum, import. Ik kan wel janken. Vooral de originele kentekenpapieren uit 1954 lijken me lastig. Zonder de eigendomspapieren kun je de motor het land niet uitnemen. Na meer als zes maanden in het land vervalt automatisch het eigendom van de motor aan de regering. Dat is de wet hier en in veel andere Latijns Amerikaanse landen. Geeft me een licht ongemakkelijk gevoel.

Taxichauffeurs staan niet bepaald hoog aangeschreven voor hun normen en waarden. Ik heb nog hoop dat de man mijn rugzak ziet en terug brengt. Ik wacht. Ik wacht. Niks. De volgende dag kijk ik naar de videobeelden van de slagboom bij binnenkomst . Op zoek naar een kenteken. Valt niet te zien. Het licht weerkaatst te veel.Van sommige auto’s is dat duidelijk, van de taxi niet. Een andere camera is van de politie en daar is formeel toestemming voor nodig. Dat kan even duren. Op weg naar het consulaat gaat de telefoon van Diana. Iemand die mij wil spreken. Heeft papieren gevonden. Met een taxi (!) vliegen we naar de afgesproken plek. De vinder vertelt zijn verhaal. Heeft mijn rugzak in de nacht gevonden terugkomend van zijn werk.Telefoonnummer staat op het verzkeringsbewijs. Het maakt mij niet uit. Ik kan m’n geluk niet op. Alle papieren zijn aanwezig. De camera ontbreekt. Ik geef hem een vindersloon ondanks dat ik een ongemakkelijk gevoel heb. Dat gevoel blijkt te kloppen. In de nacht heeft het echt gigantisch hard geonweerd en geregend. Niet normaal. Mijn rugzak, papieren, trui, alles is kurkdroog en schoon. De rugzak heb ik voor zes dollar gekocht in Chili en als je de stof tegen het licht houdt kijk je daar dwars door heen. Niet bepaald water afstotend. Ook de helft van m’n Traveller Cheques zijn verdwenen, mijn nood geld. De jongen is waarschijnlijk een neefje of maatje van de taxichauffeur. Weet je. Het zij zo. Ik heb mijn papieren terug!

De afgelopen tijd zijn een paar dingen op z’n plaats gevallen. Belangrijkste is dat mijn schatkist al even leeg is. De Buell is nog steeds niet verkocht. Een tegenvaller. Hier werken is mogelijk, levert voldoende op om hier rond te komen. Helaas is dat niet genoeg. Lopende rekeningen voor de boot worden niet betaald. Voor half september moet ik sowieso het land uit zijn vanwege mijn visum en de importvergunning voor de motor. Al met al heeft me dat tot de conclusie gebracht dat het tijd is om naar huis te gaan.

Tot die tijd doe ik wat ik de afgelopen weken veel heb gedaan: schrijven. Schrijven, schrijven en schrijven. Nu mijn allerlaatste mogelijkheid om geld te pinnen definitief is geblokkeerd, heb ik een beetje het ’Van Gogh-gevoel’ ontdekt: geen cent te makken maar uiterst productief. Nu we het toch over kunst hebben. Deze week is het jaarlijkse internationale poëzie festival van Medellin. Rij ik zomaar een echte held tegen het lijf; Jules Deelder. Samen met cameraman Tom en geluidsman Mike in Medellin voor het festival en een documentaire over Pablo Escobar. Een paar weken geleden ben ik verhuisd. Geen geld meer voor een apartement. Ben ingetrokken bij familie iets dichter op het centrum. In de barrio La America. Een fijne, rustige wijk ondanks dat een paar straten verderop het huis staat waar Pablo door commando’s van het leger omgebracht werd. Het huis staat nog steeds leeg. Met de mannen drink ik en praat ik wat af. Gaaf. Met z’n vieren om de tafel in de kroeg, praten over het leven, muziek, jazz, tango, alsof ik al thuis zit!

En? Hoe is het nu?

donderdag, april 22nd, 2010
En? Hoe is het nu?

Medellin, 22 april 2010

‘Kijk, zuster, hij leeft nog’. De lange worm kringelt in het bakje. Geen idee of hij een hij, zij of het is. Zuster Fernanda haar ogen rollen bijna uit haar kassen. Het aluminium schaaltje met braaksel heb ik in mijn handen. Braaksel is het nauwelijks te noemen na de operatie. Waterig vocht maar daar doorheen gilbbert een parasiet, een soort blanke worm, van ruim 20 cm. De zuster trek eerst nog haar hadschoenen aan om het schaaltje van me over te nemen. Opnieuw dus een medische ‘verassing’. Het is maandag. De chirurg die de operatie heeft uitgevoerd spreekt me direkt na de operatie aan. ‘Een tumor van 9 centimeter met een omvang van een tennisbal’. Geen wonder dus dat Diana regelmatig krepeert van de pijn. Het is een goede dag voor m’n meisje in het ziekenhuis, een kliniek voor vrouwen in hartje Medellin. Zeg maar twee voor de prijs van 1, twee resultaten voor 1 behandeling. De tumor is verwijderd en daarnaast is dus een parasiet tevoorchijn gekomen gekomen uit haar ingewanden. Ik ben dik tevreden met dit resultaat alhoewel het op z’n zachtst gezegd opmerkelijk is dat de tumor pas is ontdekt nadat we in januari een alternatieve route hebben gevolgd om een behandeling in te zetten en jaarlijks een cytologieonderzoek plaats vindt. Eigen verantwoordelijkheid is goed, maar ik vraag maar niet wat gebeurt zou zijn als zij was blijven doorsukkelen met pijn. Ook de parasiet, beslist een grote jongen, verwondert me. Na maag onderzoek, diverse laboratorium onderzoeken (bloed, urine, faeces) en ook nog een gastroscopie (zeg maar ‘ingewanden per tv’)  waar niets uit naar voren kwam. Nu is het nog wachten op het pathologie onderzoek van de tumor die uitsluitsel moet geven of het een goed- of kwaadaardige kanker is.

Het is ruim vijf weken nu dat ik in Medellin ben. Met motor en mezelf in het vliegtuig. Een lastige periode. Met Diana op stap naar dokter, verzekering, en meer bureaucratische rompslomp. Niet meer op reis maar voorlopig hier. Ik heb nu, na 4 weken, eindelijk het gevoel dat het dal gepasseerd is. De operatie heeft lang op zich laten wachten. Haar zorgverzekering die was gestopt omdat ze haar baan is kwijt geraakt, is weer gerepareerd. Dat heeft overigens fors veel tijd en geduld gekost om de diverse procedures hiervoor te doorlopen. In Nederland praten we over bureaucratie maar dat is op het vlak van gezondheidszorg werkelijk een eitje vergeleken bij hier. Ook positief, ondanks dat Diana met haar laatste studiejaar bezig is (dat eindigt hier in december) heeft ze weer werk gevonden op haar vlak en dat te combineren valt met de studie. Al met al, een positieve wind!

Het wachten op de operatie heeft alles te maken met schaarste aan apparatuur. Af en toe, beter gezegd is regelmatig, krepeert ze van de pijn in haar onderbuik maar dat maakt voor de wachtlijst en dokter niets uit. Pijnstillers is hun antwoord maar nauwelijks een remedie. Na het weghalen van de tumor is het opnieuw wachten. In Nederland word tijdens de operatie celmateriaal met spoed onderzocht om te bepalen of de tumor kwaad- of goedaardig is. Hier mag ze daar tot een week na de operatie op wachten.

Ondertussen probeer ik voor zover dat mogelijjk is diverse zaken te regelen die op mijn eigen wachtlijst terecht waren gekomen. Met stip bovenaan zijn dat bank en belasting. Ondanks dat ik mijn bankadres nu heb in Medellin, ontvang ik geen post en vallen de bankzaken voorlopig nog niet af te handelen. Met de belasting heb ik goede hoop dat vanaf afstand toch een en ander af te handelen valt.

En mezelf, hoe gaat het met mij? Goed. Ben blij hier te zijn. Toch is er een maar. Na anderhalf jaar altijd bezig te zijn met een volgende bestemming voel ik me hier in een soort van wachtstand. Wachten op hoe het zal gaan met Diana, met haar en met mij en vooral wachten   tot het duidelijk voor me zal zijn wat de volgende stap, halte of bestemming zal worden. Voor de korte termijn is wel helder wat ik doe. De tijd gebruiken om een boekje over de reis te schrijven, artikelen af te ronden voor BigTwin en mijn financien op orde zien te krijgen. De motor heb ik opnieuw in groot onderhoud bij de mannen van Suzuki Super Servicio waar ik meer als welkom ben en dagelijks een paar uurtjes onderhoud pleeg.

Het wachten geeft soms een onbestemd gevoel. Wordt het niet tijd voor werk, Nederland of Colombia, boot, familie en vrienden. Ja en tja. Ja want in schijnbare stilstand voel ik me rusteloos. Maar ook een tja over het besef van de keuzes die ik mag maken. Wat een vrijheid eigenlijk om dit soort keuzes te maken! Is dat ook niet de grootste winnaar van mijn reis? Het besef van je mogelijkheid om in vrijwel volstrekte vrijheid keuzes te maken?

Als het me lukt, ben ik voorlopig nog wel een paar maanden hier. Hangt ook van mijn eigen visum. Zoals het er nu naar uitziet zal ik of moeten betalen voor verlenging (mezelf en motor) of een grens moeten oversteken een dan weer terug. Panama is het dichtst bij vanaf Medellin, maar ligt in de noordelijke jungle met waarschijnlijk beperkte douane faciliteiten omdat er geen doorgaane route over land bestaat en een streek is met veel guerilla- en drusggeweld, Venezuela ligt op zo’n drie dagen sturen maar de grens gaat regelmatig dicht vanwege de inmiddels oplopende ruzie tussen Venezuela en Colombia, de grens is al gesloten voor Colombianen, en Ecuador ligt op vijf dagen sturen maar ondanks slechte diplomatieke betrekkingen is deze grens relatief probleemloos. Eind april maak ik een keuze waar ik met de motor heen zal gaan. Voorlopig heeft Venezuela de voorkeur.

Buenos Aires, BUENOS AIRES!

zondag, februari 28th, 2010
Buenos Aires, BUENOS AIRES!

Buenos Aires, Argentinie, 28 februari 2010

Het is donderdagavond als ik om zeven uur over een vijfbaansweg Buenos Aires in rij. Het is al gauw donker, maar na een uurtje of wat zoeken vind ik in 1 van de buitenwijken Dakar Motos. Half tien als ik voor de grote, grijze deur sta, geen uithangbord of reclame, en Marcus opent de deur voor mij. Marcus!!! Dan pas zakt het in, begin ik het te beseffen dat ik in Buenos Aires ben komende vanuit Anchorage, Alaska. Nauwelijks te overzien als je begint en ook onderweg bleef dit een gigantisch ver doel. En nu sta ik hier. Buenos Aires, in Dakar Motos, dit is een magische plaats. Hier vertrekken en arriveren de wereldreizigers die per motor van continent naar continent trekken. De motor geparkeerd tussen de offroads die met terreinbanden en volledige uitrusting hier vandaan op pad gaan. 67 jaar oud staal en ijzer tussen hyper modern spul! Het maakt me bescheiden en trots tegelijk. Buenos Aires, ruim 30.000 km vanaf Alaska!! Overigens is de motor beslist een verhaal apart waar ik nu kort over zal zijn. Het is bijna ongelofelijk, maar ook na al die kilometers draait de motor alsof iedere dag een klein feestje valt te vieren, tevreden snorrend en alle blijken van verbazing, waardering en aandacht geduldig op haar nemend. Klaar voor iedere dag een nieuw avontuur.

De afgelopen paar weken is de webite geplaagd door een virus waardoor de provider tot twee keer toe de website uit de lucht heeft gehaald. Dat betekende geen berichten. Met dit bericht hoop ik jullie weer bij te praten.

‘That’s when I get up, and nothing gets me down’ klinkt door de speakers als ik doorschuif van de politiecontrole naar de douane voor de importpapieren voor de motor. De grens Chili Argentinie. De radio in het gebouwje met alle instanties bij elkaar gaat van een latino ballad naar Van Halen met ‘Jump’. Yeah, ik ben in Argentinie. Van Alaska via Canada, Verenigde Staten, Mexico, Guatemala, El Salvador, Honduras, Nicaragua, Costa Rica, Panama, Colombia, Ecuador, Peru, Bolivia en Chili nu in Argentinie. Ik kan me geen toepaslijker muzikaal welkom bedenken als ‘Jump’, even een gat in de lucht, even een klein feestje met een zelf gemaakt broodje ham kaas. ‘I get up and nothing gets me down’, wat een slogan.

In twee dagen stuur ik vanaf Santiago naar Pucon in het zuiden van Chili. Het landschap verandert van woestijnachtig naar groen landbouwgebied tot bossen met veel water in de vorm van riviertjes en meren. Ik rij op met Brendan (Australie) en zijn truck. Brendan heeft samen met zijn meisje een eigen truck en is na 10 jaar trucking in Afrika nu aan zijn vierde jaar Zuid Amerika bezig. Zijn truck, een Scania (de laatste uit de 3 serie, 6 cilinder 9 liter) heeft tot mijn verbazing een Nederlands kenteken. Hier verraad zich de Nederlandse achtergrond van Brendan, zijn ouders zijn geemigreerd. Zijn Nederlandse vocabulaire bestaat uit ’stoffer en blik’ (bestaat geen engels synoniem voor) en ’slaap lekker’. De truck heeft hij in Nederland gekocht, verscheept naar Ecuador en daar omgebouwd voor personenvervoer over onmogelijk terrein (zie www.vivaexpeditions.com). Ik ontmoet hem in Santiago waar hij onderhoud doet. Of het komt dat ik misschien een paar kilometer harder rij als gebruikelijk door met hem op te rijden weet ik niet. Maar na twee dagen sturen over ruim 700 km heeft de motor maar liefst twee en een halve liter olie verbruikt. In dit geval ook nog originele olie (USD 14 per liter) die Hope, de monteur van H-D Santiago, voor me heeft ontdekt in een doos op de zolder van de Harley dealer. Soms heeft dat olieverbruik een grappig effekt. Als ik moet wachten in een tolhokje om te betalen vallen er net wat oliedruppels op de uitlaat en zet Betsy de hele ruimte in een blauwe walm. Goedendag kan er dan nauwelijks meer af. Zeg maar een alternatieve ‘anti-motortol-actie’.

In Pucon kampeer ik alhoewel ik m’n matje en slaapzak in de truck uitrol. Brendan is op weg om een groep motorrijders te begeleiden die naar het uiterste zuiden zullen gaan. Ik blijf een dag langer en ontdek het olieprobleem. Klephulzen staan handvast en dus te los. In de middag arriveren nog meer motorrijders, als de BBQ zo’n beetje uitgebrand is, start de regen. Het regent nog steeds zachtjes als ik de volgende dag afscheid neem. De halve camping komt nog wat foto’s nemen en dan ben ik op weg.

Na de grens ziet Eric (VS) m’n motor staan bij de benzinepomp. Wij hebben elkaar eerder gesproken in Santiago waar hij mij inhaalt op 1 van de off road BMW’s van het verhuurbedrijf waar hij de scepter zwaait. Hij is op weg naar het zuiden om routes voor te bereiden. We rijden samen verder. Het is hoogseizoen in Chili en Argentinie. Scholen hebben grote vakantie. Prijzen voor hotelkamers zijn verdubbelt. Kamperen is nog betaalbaar. Overdag is de temperatuur aangenaam, in de nacht is het al steenkoud. In de gebouwtjes van de camping is het aangenaam bij het kacheltje. Van Pucon naar San Carlos de Bariloche verandert het landschap opnieuw. De sneew bekapte vulkanen en bergen hebben plaats gemaakt voor lage bergen en de bossen zijn al lager aan het worden.

Hier moet ik een beslissing nemen over de finale van mijn roadtrip. Ik ben in het zuiden van Argentinie, ga ik door naar het uiterste zuiden of niet? Het aller oorspronkelijkste plan voor de roadtrip was om in Alaska te starten en te zien hoe ver ik zou kunnen komen met de Liberator in zes maanden, misschien wel tot Ushuaia in het uiterste zuiden. Inmiddels ben ik anderhalf jaar ‘on the road’. En nu? Ik ben diep in het zuiden en twijfel. Twijfel waarom ik mezelf zou moeten pesten om nog eens 1000km offroad te gaan doen van een ommetje van 4000km. Waarom, om te zeggen dat ik het gedaan heb? Om de ‘tocht der tochten’ af te maken? Ik weet dat het kan. Bolivia is zonder meer het zwaarst zeggen de gidsen zoals Brendan. Ook vanaf Pucon heb ik ruim 100 km dirt road terrein doorkruist. Het geeft me echter nauwelijks plezier. De motor ploegt gestaag verder in tweede of eerste versnelling, gilt het af en toe uit als het achterwiel los komt van de grond door de diepe kuilen maar vervolgt gestaag het gekozen spoor. Maar de constante focus op het spoor, nauwelijks tijd voor een blik om me heen, ik heb dat wel gezien. De motor lijdt. Banden, ketting & tandwielen protesteren zachtjes over de scherpe keien of het vele stof.

Ushuaia, letterlijk de stad aan het einde van de wereld laat ik links laten liggen. Patagonie is ver genoeg vanuit Alaska, inmiddels ver, ver voorbij de 30.000km vanaf de start in Anchorage. In zes dagen stuur ik ruim 2.000km via Esquel, ruta 25 naar Trelew en dan naar Buenos Aires. Wat een landschap. Sommigen noemen het saai. Het landschap verandert langzaam maar zorgt soms ook voor verassingen. Op ruta 25 slaap ik in m’n tentje achter een benzinestation midden in een enorme canyon, vlakbij een riviertje met uitzicht op enorme rotsformaties in het tot dan toe vlakke landschap. In Trelew stuur ik via Playa Union richting noord. Daar zie ik voor het eerst sinds tijden weer de Atlantische Oceaan. Bij Marcelo overnacht ik en voor de gelegenheid gaat een half schaap op de BBQ. Opnieuw overal enthousiasme dat ik daar naar toe ben gekomen. Met een handjevol dollars reis ik door Patagnie nu mijn credit card (mijn laatste bankpas) niet meer werkt, tot vier keer toe een benzinestation dat uitverkocht is, met extra plastic jerrycans vol met benzine dan weer op pad. Een bijzondere provincie.

Als ik dacht dat Colombia bijzonder was in hun omgang met mij en de motor dan weet ik nu dat Argentinie dat minstens evenaart. Geloof me, ik wil niet arrogant of ego gericht overkomen, maar het is onmogelijk om niet geraakt te worden door wat hier iedere dag gebeurt. Wellicht zijn de mensen hier verward, mijn donkerblauwe kentekenplaat lijkt verdacht veel op de donkerblauwe Argentijnse kentekenplaat, mijn Nl sticker en uitrusting verwart wellicht. Foto’s, video’s, gevraagd en ongevraagd, auto’s die me onderweg laten stoppen om te vragen hoe en wat, toeterende auto’s en vrachtwagens en veel zwaaiers onderweg, benzinestations kosten me veel tijd, veel handen schudden en praatjes. Een greep uit wat reaties:

Gisteren kreeg ik een bericht via de mail, in het benzinestation van Las Plumas (langs ruta 25) heb ik een praatje gemaakt, krijg ik een paar dagen later een mail met foto en de melding dat een kennis van hem mij een dag later gespot heeft in Playa Union, ach, dat is slechts 350km verderop. Overigens belden mensen in Santiago in Chili naar de Harley dealer of het klopte wat ze zagen als ik voorbij kwam gereden.

Een vrouw van ver in de 80 die met tranen in haar ogen me komt vertellen dat de motor haar doet denken aan haar kindsjaren, met haar vader in het zijspan van een Harley bouwjaar 1921. Als ik haar vertel over de roadtrip klaart ze helemaal op, feliciteert me uitbundig en vertelt over haar roadtrip met haar vader, ‘300 km door de provincie Santa Fe’, ‘mijn beste herinnering aan mijn jeugd en vader’ zegt ze zichtbaar geemotioneert, ze schud nog een keer mijn hand, zet haar mega grote zonnebril weer op en neemt dan pas plaats in de wachtende auto.

Tja, zoveel mensen die iets hebben met wat ik doe. Dagelijks komt de discussie over de roadtrip van Che Guevara voorbij, over zijn motor, ‘welk bouwjaar was dat’, ‘1937′, ‘een Engelse motor toch’, ‘jawel, een Norton genaamd La Poderosa (de machtige)’ waarop ze vervolgen als ze mijn spatbord bekijken met daarop geschreven alle landen, met ‘tja, die motor kwam niet zover’. Dagelijkse kost.

Dank, heel veel dank aan al deze mensen voor alle reacties en soms echt bijzondere gesprekken over het leven hier en daar, dit is de echte finale van mijn roadtrip, de mensen onderweg maken de roadtrip, hun behulpzaamheid en enthousiasme, niet de plaatsen of de prachtige landschappen, maar de mensen met hun bijzondere verhalen, herinneringen en vooral ook hun dromen en wensen die ze mij als voor hen volslagen onbekende toe vertrouwen en de vele, vele, vele, onstopbare stroom felicitaties, geluk wensen en beste wensen. Kennelijk raakt mijn roadtrip, de motor en mijn verhaal, een gevoelige snaar bij velen, maar omgedraaid ook word ik geraakt door de vele emoties die ik tegenkom. Tja, wie ben ik dan eigenlijk dat ik dit mag doen en ervaren? De mensen onderweg dat is pas het echte doel van de roadtrip, tja en daar heb ik ruim 30.000 kilometer voor nodig gehad om dat te ontdekken!!!

Brengt me terug naar de vraag wat oorspronkelijk het doel van de trip was. Oorspronkelijk was het plan om huiswaarts te gaan vanuit Buenes Aires. Nu weet ik dat huis voor nu is waar het meisje is, terug dus naar Diana in Medellin, Colombia. Patagonie, was geweldig, ver genoeg voor me en plotseling ook emotioneel. In San Carlos de Bariloche bereikt me het bericht dat bij mijn meisje kanker is geconstateerd en zeer waarschijnlijk chirurgie moet ondergaan. Tja, wat is dan nog mijn doel voor de reis? Welnu, dat is simpelweg terug naar Colombia en haar helpen, nauwelijks een lastige keuze als ik voor mezelf geloofwaardig wil zijn in mijn gevoel voor haar. Hoe? Is nog onduidelijk, zoek ik hier uit, hoop dit snel te laten horen.

The long way home, voor Diana

You know I love you baby
More than the whole wide world
You are my woman
I know you are my pearl

Forgive me pretty baby but I always take the long way home
And I love you pretty baby but I always take the long way home
Come with me and we can take the long way home
Come with me, together we can take the long way home


(Tom Waits-The long way home)

Patagonie

donderdag, februari 18th, 2010
Patagonie

Esquel, Patagonie, Argentinie, 18 februari 2010

Ben al even in Patagonie. Door problemen met de website kon ik niet eerder berichten plaatsen, is sinds gisteren hersteld. Ben nu onderweg, hoop snel van me te laten horen.

Vanuit Esquel ga ik niet verder naar het zuiden maar naar de Atlantische kust, steek dwars Patagonie over om dan naar Buenes Aires te gaan.

Hope

donderdag, februari 4th, 2010
Hope

Santiago, Chili, 8 februari 2010

Midden in de binnenstad van Santiago valt de motor stil. Op de brede drie- en soms vierbaanswegen die als aders door de stad lopen, valt de motor uit. Ik rij op de meest linkerbaan. Vanuit zo’n 60 km per uur laat ik de motor uitrollen totdat ik net nog een beetje vaart heb om de brede stoep op te schieten. Het is met 25 graden warm en in de schaduw laat ik de motor afkoelen. Ik ben op weg naar de Harley dealer. Ik heb wat bijzondere maten gereedschap nodig en dat mag ik van hen gebruiken. H-D Santiago ligt in een welvarend deel van de stad, een half uur rijden vanaf La Casa Roja, mijn hostal aan de Avenida Brasil. De leren motortassen heb ik nog niet gemonteerd, ik heb geen gereedschap bij me. De motor af laten koelen en dan opnieuw proberen te starten heeft geen effekt. Over de roosters van de metro rol ik de motor naar een soort kiosk op de brede stoep. Ook het slot heb ik niet bij me. De eigenaar van de kiosk en zijn vrouw geven me weinig hoop. ‘Je kunt haar daar neer zetten, maar in de afgelopen maanden zijn hier al meerdere motofietsen gestolen’. ‘Geheel niet onze verantwoordelijkheid’ voegt hij er nodeloos aan toe. Veel keus heb ik niet. Met een taxi ga ik terug om gereedschap te halen. De taxichauffeur doet zijn best en we scheuren over de brede straten. Het is dan fijn om je motor weer terug te zien ondanks dat ze even geen teken van leven geeft. Het probleem is snel gevonden. De bobine is vrijwel los gekomen van het frame en twee van de drie stroomdraden zijn afgescheurd. De kioskeigenaar kijkt over mijn schouder mee. Als hij in de gaten heeft wat ik nodig heb gaat hij direkt aan de slag. Uit een blikje maken we kabeleindjes met een keukenmes en een kniptang van mij die niet meer knipt. Met ijzerdraad maken we een nieuwe bevestiging voor de bobine. De motor start daarop direct. Tevreden schudden we elkaar de hand. Waarop de kioskman me nog toevoegt, ‘tja, dat kan tegenwoorig niet meer he met dat moderne spul, je motor of auto repareren met blik en ijzerdraad’. En zo is het.

Ik heb moeite om mijn balans weer te vinden na vijf weken samen met Diana. Het helpt me niet dat na alle emoties van het afscheid, haar leven volledig in een caroussel terecht komt; een vriend verongelukt op de motor, een nieuwe baan, oude opgezegd en de nieuwe baan die voordat ze daar begint het al laat afweten (voor de voorstanders van flexibiliteit in arbeidsrecht, weet dat doorschieten aan die kant asociaal werkgeversgedrag volstrekt legaliseert). Ik mis haar vreselijk. De mensen van La Casa Roja behandelen me als de verloren zoon die terug is gekomen. Dat voelt goed maar het mag nauwelijks baten. Uiteindelijk vind ik mijn therapie in de motor. Uit het verblijf in de zelf gemaakte kerststal van de Chevy, plaatstalen dakje en plastic zeil komt ze keurig tevoorschijn. De onderdelen van dokter Larry zijn op tijd aangekomen in Medellin. Het is tijd om haar voor te bereiden. Het achterspatbord heeft meer geleden als ik in eerste instantie dacht. Bijna volledig doorgescheurd rondom de schroeven bovenop, bevestigingssteun aan het frame door gescheurd, bevestigingssteun primaire deksel afgescheurd. Tja, Bolivia maakt letterlijk wat los in mens en machine. Met Pedro, 1 van de bouwvakkers en tevens lasser, ga ik aan de slag. Kiwi Dave zijn vader heeft een plaatwerkersbedrijf en daar heeft Dave behoorlijk wat van meegekregen. Na een paar dagen van lassen, vullen, spuiten, schuren en lakken, toont het spatbord met de gedoneerde beetje mat zwarte verf als nieuw. Met hamer en slagijzers krijgt het primaire deksel zijn oorspronkelijke vorm weer terug. Dan is het tijd voor de dealer. Ook de monteurs, Miguel en Claudio, onthalen me als de verloren zoon. Ik zou graag wat gereedschap willen gebruiken. Met Claudio, die meestal bij zijn andere naam, Hope,wordt genoemd. is dat geen punt. Na de eerste mislukte poging om op tijd bij hen te zijn, breng ik de volgende dag geheel met hen in de werkplaats door. Tussen de middag slepen ze me mee naar huis voor de lunch en als de werkplaats om alf acht in de avond dichtgaat, heb ik alle bevestigingsbouten van het motorblok in het frame, cilinderkop, versnellingsbak, balhoofdlagers en wat ik zoal nog meer tegenkom nagelopen, vastgezet, gecontroleerd en ondertussen met het aanwezige schoonmaakspul de motor terug getoverd naar haar natuurlijke staat van schoonheid. Als om acht uur s-avonds de poort sluit, rijden we met z’n drieen nog een rondje door de stad, gewoon omdat het gaaf is om zo met elkaar op te rijden.

Eindelijk dus vooruitgang. Als ik dan zaterdagavond, diep in de nacht, terug rij vanaf het verjaardagsfeestje van Claudio, voel ik me een bevoorrecht mens. Diana die op mijn terugkeer wacht, mensen die me als de verloren zoon onthalen, de motor die over de brede straten zoeft alsof ze nooit anders heeft gedaan en ook als is het twee uur in de nacht, altijd goed is voor een praatje in dit geval met op klandizie wachtende taxichauffers bij het stoplicht.

Morgen ga ik weer op pad. Alleen. August heeft definitief een andere keuze gemaakt. Naar het zuiden richting Pucon en dan de Andes over, opnieuw dirtroad en dan naar Bariloche (Argentinie) is het plan. Wellicht tref ik daar Marcus weer. Eerst maar weer een paar dagen sturen.